In de ProAthletics competitie worden de tijden (prestaties) voor
leeftijd gecorrigeerd. Er wordt zo gecorrigeerd dat prestaties van
mannen en vrouwen te vergelijken zijn. Wij berekenen voor je tijd een
bepaalde "score".
Je hoeft alleen het volgende te onthouden:
Scoor je op een bepaalde afstand "ca. 73 punten" dan loop je voor jouw
leeftijd op wereldrecordniveau.
Helaas loop je dan waarschijnlijk niet bij ons!
Scoort je tijd "80 punten", dan loop je ongeveer op het niveau van de
winnaar van ProAthletics.
Als je tijd "100 punten" scoort, scoor je op het zogenaamde "norm"
niveau. Dit norm niveau, "100 punten", hoort bij het niveau van een
getalenteerde atleet die ongeveer 3 keer per week fanatiek traint.
Enkele snellere recreatieve lopers van Nijmegen Atletiek lopen op dit
niveau.
Onthoud dus vooral, hoe lager je score - hoe beter je prestatie. Het
leuke van de ProAthletics competitie is, dat je je eigen prestatie
niveau
"eerlijk" kunt beoordelen. Natuurlijk ga je langzamer lopen als je
ouder wordt. Toch kun je er relatief op vooruitgaan, waardoor je score
meer in de richting van het wereldrecord voor jouw leeftijd (ca. 73
punten) gaat.
In de ProAthletics competitie wint de beste allrounder.
Je kunt namelijk op de korte afstanden (vanaf 400 m) tot de langere
afstand scoren: er zijn in totaal 5 categorieën:
Categorie 400 m t/m 4.5 km
Categorie >4.5 km t/m 9 km
Categorie >9 km t/m 14 km
Categorie >14 km t/m 21 km
Categorie >21 km
We maken een klassement op van je 3 snelste prestaties in 3 verschillende categorieën. Dit is een klassement over de laatste 12 maanden.
Hoe worden de scores berekend? Bij het opmaken van deze ranglijst kijken we enkel naar de relatieve waarde van de prestatie: de verschillen die veroorzaakt worden door leeftijd en/of sekse worden geëlimineerd. Scores op verschillende afstanden worden nauwkeurig gewogen. De bedoeling van deze pagina is inzicht te geven in welke factoren hierbij een rol spelen en hoe we daarmee omgaan.
Hoe vergelijk je de prestatie van een vrouw van 50 die een 5 km loopt met die van een man van 45 op de halve marathon? Bij het beantwoorden van deze vraag krijg je met de volgende problemen te maken.
Het fysieke verschil tussen beide seksen resulteert in een verschil in absolute prestaties (de eindtijd). Om een "gemengde" competitie mogelijk te maken zullen deze sekseverschillen geëlimineerd moeten worden. Naarmate je ouder wordt nemen de prestaties af. Om iemand van 70, die voor zijn leeftijd misschien wel een wereldprestatie neerzet, te kunnen vergelijken met een 20-jarige die deze superveteraan moeiteloos voorbij rent, moet je bij het waarderen van de prestatie ook met leeftijd rekening houden. Naarmate de te lopen afstand groter wordt zal het gemiddelde tempo dalen. Ook met dat gegeven moet bij het toekennen van een score rekening worden gehouden.
Voor de eerste twee problemen is een oplossing gevonden door het
toepassen van "age grading tables". Hiervoor is gebruik gemaakt van
verschillende bronnen waarvan de belangrijkste de WMA is (de World
Masters Athletics is de overkoepelende organisatie op wereldniveau voor
veteranenatletiek). Dit principe gaat uit van tabellen waarin per
sekse, per leeftijd en voor een groot aantal redelijk courante
afstanden normen gegeven worden om het onderling vergelijken van
prestaties mogelijk te maken. De WMA hanteert in haar tabellen factoren
waartegen prestaties van 30 t/m 100-jarigen afgezet kunnen worden. Voor
onze toepassing gebruiken we een afgeleide tabel met normtijden.
Bovendien lopen in onze tabel de leeftijden vanaf 4 t/m 100 jaar.
Als voorbeeld een klein gedeelte van de tabel met 10
km-normtijden voor 40 t/m 50 jarigen:
| Leeftijd | Man | Vrouw |
| 40 | 39´53" | 44´05" |
| 41 | 40´09" | 44´25" |
| 42 | 40´26" | 44´45" |
| 43 | 40´43" | 45´05" |
| 44 | 41´01" | 45´26" |
| 45 | 41´18" | 45´47" |
| 46 | 41´37" | 46´09" |
| 47 | 41´56" | 46´32" |
| 48 | 42´15" | 46´55" |
| 49 | 42´35" | 47´19" |
| 50 | 42´55" | 47´42 |
Het toepassen van deze tabellen lost dus de eerste twee problemen bij het vergelijken van prestaties op, namelijk het elimineren van zowel sekse- als leeftijdsverschillen.
Voor het gemak hebben we het tot nu toe steeds gehad over één afstand; 10 km. Als iedereen alleen maar 10 km´s zou lopen waren we hier met deze uitleg klaar. Nu lopen de meesten onder ons ook wel eens een 5 km of zelfs een halve of hele marathon en zelfs incourante afstanden als 4.92km. Zoals gezegd voorzien de tabellen in een beperkt aantal verschillende afstanden. Hoe vergelijk je bijvoorbeeld een 4.92 km-tijd met die van een halve marathon?
Stel je gaat een 10 km lopen en bent benieuwd wat je,
aan de hand van bijvoorbeeld een gelopen 5 km, als richttijd zou moeten
nemen. Om voor jezelf een reële verwachting te scheppen kun je de
volgende regel toepassen: voor elke verdubbeling van de afstand
verdubbel je de tijd en telt daar 5% bij op. Dit erbij opgetelde
percentage is vanwege het lagere tempo op de langere afstand. Een
afgeleide universelere regel laat zich in de volgende formule
uitdrukken: ( ( 10 km / 5 km ) ^ 1,07 ) * 5 kmTijd = 10 kmTijd. Het
aardige van deze formule is dat hij beide kanten uit werkt; of je nu
een 10 km-tijd naar een 5 km-tijd herleid of andersom, het kan allebei.
Met het gebruik van deze formule kun je dus een bepaalde tijd op een
willekeurige afstand herleiden naar een reële te verwachten tijd
op elke willekeurige andere afstand.
Terug nu naar de tabellen met normtijden. Omdat het dus niet moeilijk
is tijden van verschillende afstanden onderling om te rekenen
zijn vanuit een tabel redelijk eenvoudig de tabellen voor de andere
afstanden herleiden. Dit vastgesteld hebbende gooien we alle tabellen
overboord,
behalve de 10 km-tabellen voor mannen en vrouwen. Meer hebben we niet
nodig.
Als nu bijvoorbeeld een 50-jarige vrouw een 5 km loopt in 25 minuten, hoe wordt dan de score bepaald? We nemen de 10 km normtijd voor een 50-jarige vrouw (47 minuten en 42 seconden) en rekenen die met behulp van de beschreven formule om naar een 5 km-normtijd (22 minuten en 43 seconden). Deze berekende normtijd wordt op 100% gesteld. De score is het percentage van de gerealiseerde tijd ten opzichte van de normtijd, oftewel (in seconden) 1500 / 13,63 = 110. Hieruit blijkt ook dat een lagere score een betere prestatie aangeeft. N.B. Uit analyses weten we dat de formule zoals hierboven gepresenteerd erg nauwkeurig is voor afstanden van 3.6 tot 21.1 km voor de deelnemers aan de ProAthletics competitie. Als een 'gemiddelde allrounder' bijvoorbeeld 110 scoort op de 5 km, dan scoort deze persoon ook op 15 km in de buurt van de 110. Doch op de kortere afstanden (< 3,6 km) scoren recreanten van Nijmegen Atletiek relatief 'sterk' vergeleken met hun eigen 'lange(re)' afstand prestaties, of met andere woorden: prestaties op de kortere afstand krijgen relatief lage scores. Uit een analyse van de wereldrecordtijden versus de afstand blijkt ook dat de kortere afstand relatief laag scoort met de huidige formule. Onze recreanten van Nijmegen Atletiek scoren relatief hoog op de afstanden groter dan 21,1 km. Door uitgebreide analyse van alle tijden verzameld in ProAthletics in de laatste jaren, hebben we nu een aangepaste formule waarmee de gemiddelde allrounder met ons trainingsniveau gelijkelijk scoort van 400 m tot oneindig, mits voldoende getraind voor de desbetreffende afstand.
Voor de geïnteresseerden 3 correcties van de
formule in de categorieën,
(a) 0,4 km tot 1,5 km,
(b) 1,5 km tot 3,6 km,
en (c) 21,1 tot 42,2 km:
(a) correctie score +15% bij 400 m, lineair dalend tot +5% bij 800 m
(b) correctie score +5% bij 800 m, lineair dalend tot 2,5% bij 1500 m,
en verder tot 3600 m lineair dalend tot 0% correctie; (c) correctie
score -5% bij 42,2 km, lineair stijgend tot 0% bij 21,1 km.
Een leuk aspect van de competitie is dat je met de scores die je
door de jaren heen verzameld kunt zien of je 'in' of 'uit' vorm bent.
Het kan dus best zijn dat een op het oog minder goeie prestatie gelopen
als 50 jarige, toch veel beter ingeschaald wordt
dan je snelste tijd toen je bijvoorbeeld 35 was, maar nog niet zolang
serieus trainde. Onthoud dat een lagere score
(d.w.z. getal dat uit de bovenstaande formules rolt) betekent dat dit
moet worden aangemerkt als een betere prestatie. Verder kun je met de
scores, verzameld op verschillende afstanden, ook zien of je juist een
goeie korte(re) afstandloper bent of juist een betere lange(re)
afstandloper bent.
Tot zover de uitleg van de puntentelling in de ProAthletics competitie.
Vond je het bovenstaande nogal ingewikkeld? Onthoud dan alleen maar dat
de waarde van prestaties vergeleken worden na het corrigeren voor de
sekse en de leeftijd. Ben je jonger, dan zul je harder moeten lopen om
een topprestatie te leveren. En mannen zullen harder moeten lopen dan
vrouwen van dezelfde leeftijd om dezelfde score te krijgen.