Uitleg ProAthletics

ProAthletics (afgekort "PRO", voorheen PRO2000) is een competitie bedoeld voor met name recreatieve lopers van Nijmegen Atletiek. Maar in principe mag ieder lid van Nijmegen Atletiek ouder dan 18 jaar deelnemen. De minimum leeftijd is op 18 jaar gesteld vanwege het ontbreken van voldoende betrouwbare wereldrecords voor de jeugd.
Aan ProAthletics ga je vanzelf deelnemen als je "tijden" van wedstrijden doorgeeft (klik hier).
ProAthletics is ontwikkeld door Jan Verschuren (beheerder 2000 - 2002) en later zijn de algoritmes verbeterd door Jan-Peter Ploemen (beheerder 2002-2009). Sinds maart 2009 houdt Jacqueline Klein Gunnewiek de stand bij.

ProAthletics competitie (voorheen "Snelste" competitie)

In de ProAthletics competitie worden de tijden (prestaties) voor leeftijd gecorrigeerd. Er wordt zo gecorrigeerd dat prestaties van mannen en vrouwen te vergelijken zijn. Wij berekenen voor je tijd een bepaalde "score". Je hoeft alleen het volgende te onthouden:
Scoor je op een bepaalde afstand "ca. 73 punten" dan loop je voor jouw leeftijd op wereldrecordniveau. Helaas loop je dan waarschijnlijk niet bij ons!
Scoort je tijd "80 punten", dan loop je ongeveer op het niveau van de winnaar van ProAthletics.
Als je tijd "100 punten" scoort, scoor je op het zogenaamde "norm" niveau. Dit norm niveau, "100 punten", hoort bij het niveau van een getalenteerde atleet die ongeveer 3 keer per week fanatiek traint. Enkele snellere recreatieve lopers van Nijmegen Atletiek lopen op dit niveau.
Onthoud dus vooral, hoe lager je score - hoe beter je prestatie. Het leuke van de ProAthletics competitie is, dat je je eigen prestatie niveau "eerlijk" kunt beoordelen. Natuurlijk ga je langzamer lopen als je ouder wordt. Toch kun je er relatief op vooruitgaan, waardoor je score meer in de richting van het wereldrecord voor jouw leeftijd (ca. 73 punten) gaat.

In de ProAthletics competitie wint de beste allrounder. Je kunt namelijk op de korte afstanden (vanaf 400 m) tot de langere afstand scoren: er zijn in totaal 5 categorieën:

Categorie 400 m t/m 4.5 km
Categorie >4.5 km t/m 9 km
Categorie >9 km t/m 14 km
Categorie >14 km t/m 21 km
Categorie >21 km

We maken een klassement op van je 3 snelste prestaties in 3 verschillende categorieën. Dit is een klassement over de laatste 12 maanden.


Gedetailleerde uitleg berekening scores ProAthletics competitie

Hoe worden de scores berekend? Bij het opmaken van deze ranglijst kijken we enkel naar de relatieve waarde van de prestatie: de verschillen die veroorzaakt worden door leeftijd en/of sekse worden geëlimineerd. Scores op verschillende afstanden worden nauwkeurig gewogen. De bedoeling van deze pagina is inzicht te geven in welke factoren hierbij een rol spelen en hoe we daarmee omgaan.

Hoe vergelijk je de prestatie van een vrouw van 50 die een 5 km loopt met die van een man van 45 op de halve marathon? Bij het beantwoorden van deze vraag krijg je met de volgende problemen te maken.

Het fysieke verschil tussen beide seksen resulteert in een verschil in absolute prestaties (de eindtijd). Om een "gemengde" competitie mogelijk te maken zullen deze sekseverschillen geëlimineerd moeten worden. Naarmate je ouder wordt nemen de prestaties af. Om iemand van 70, die voor zijn leeftijd misschien wel een wereldprestatie neerzet, te kunnen vergelijken met een 20-jarige die deze superveteraan moeiteloos voorbij rent, moet je bij het waarderen van de prestatie ook met leeftijd rekening houden. Naarmate de te lopen afstand groter wordt zal het gemiddelde tempo dalen. Ook met dat gegeven moet bij het toekennen van een score rekening worden gehouden.

Voor de eerste twee problemen is een oplossing gevonden door het toepassen van "age grading tables". Hiervoor is gebruik gemaakt van verschillende bronnen waarvan de belangrijkste de WMA is (de World Masters Athletics is de overkoepelende organisatie op wereldniveau voor veteranenatletiek). Dit principe gaat uit van tabellen waarin per sekse, per leeftijd en voor een groot aantal redelijk courante afstanden normen gegeven worden om het onderling vergelijken van prestaties mogelijk te maken. De WMA hanteert in haar tabellen factoren waartegen prestaties van 30 t/m 100-jarigen afgezet kunnen worden. Voor onze toepassing gebruiken we een afgeleide tabel met normtijden. Bovendien lopen in onze tabel de leeftijden vanaf 4 t/m 100 jaar.

Als voorbeeld een klein gedeelte van de tabel met 10 km-normtijden voor 40 t/m 50 jarigen:

Leeftijd Man Vrouw
40 39´53" 44´05"
41 40´09" 44´25"
42 40´26" 44´45"
43 40´43" 45´05"
44 41´01" 45´26"
45 41´18" 45´47"
46 41´37" 46´09"
47 41´56" 46´32"
48 42´15" 46´55"
49 42´35" 47´19"
50 42´55" 47´42

De 10 km-normtijd voor een 40-jarige man is volgens de tabel 39 minuten en 53 seconden en voor een 45-jarige vrouw 45 minuten en 47 seconden. Als beiden deze tijd inderdaad lopen leveren ze dus een vergelijkbare prestatie. Ook als tijden gelopen worden die zich op dezelfde manier tot de normtijden verhouden, bijvoorbeeld beide 10% erboven, wordt een vergelijkbare prestatie geleverd.

Het toepassen van deze tabellen lost dus de eerste twee problemen bij het vergelijken van prestaties op, namelijk het elimineren van zowel sekse- als leeftijdsverschillen.

Voor het gemak hebben we het tot nu toe steeds gehad over één afstand; 10 km. Als iedereen alleen maar 10 km´s zou lopen waren we hier met deze uitleg klaar. Nu lopen de meesten onder ons ook wel eens een 5 km of zelfs een halve of hele marathon en zelfs incourante afstanden als 4.92km. Zoals gezegd voorzien de tabellen in een beperkt aantal verschillende afstanden. Hoe vergelijk je bijvoorbeeld een 4.92 km-tijd met die van een halve marathon?

Stel je gaat een 10 km lopen en bent benieuwd wat je, aan de hand van bijvoorbeeld een gelopen 5 km, als richttijd zou moeten nemen. Om voor jezelf een reële verwachting te scheppen kun je de volgende regel toepassen: voor elke verdubbeling van de afstand verdubbel je de tijd en telt daar 5% bij op. Dit erbij opgetelde percentage is vanwege het lagere tempo op de langere afstand. Een afgeleide universelere regel laat zich in de volgende formule uitdrukken: ( ( 10 km / 5 km ) ^ 1,07 ) * 5 kmTijd = 10 kmTijd. Het aardige van deze formule is dat hij beide kanten uit werkt; of je nu een 10 km-tijd naar een 5 km-tijd herleid of andersom, het kan allebei. Met het gebruik van deze formule kun je dus een bepaalde tijd op een willekeurige afstand herleiden naar een reële te verwachten tijd op elke willekeurige andere afstand.
Terug nu naar de tabellen met normtijden. Omdat het dus niet moeilijk is tijden van verschillende afstanden onderling om te rekenen zijn vanuit een tabel redelijk eenvoudig de tabellen voor de andere afstanden herleiden. Dit vastgesteld hebbende gooien we alle tabellen overboord, behalve de 10 km-tabellen voor mannen en vrouwen. Meer hebben we niet nodig.

Als nu bijvoorbeeld een 50-jarige vrouw een 5 km loopt in 25 minuten, hoe wordt dan de score bepaald? We nemen de 10 km normtijd voor een 50-jarige vrouw (47 minuten en 42 seconden) en rekenen die met behulp van de beschreven formule om naar een 5 km-normtijd (22 minuten en 43 seconden). Deze berekende normtijd wordt op 100% gesteld. De score is het percentage van de gerealiseerde tijd ten opzichte van de normtijd, oftewel (in seconden) 1500 / 13,63 = 110. Hieruit blijkt ook dat een lagere score een betere prestatie aangeeft. N.B. Uit analyses weten we dat de formule zoals hierboven gepresenteerd erg nauwkeurig is voor afstanden van 3.6 tot 21.1 km voor de deelnemers aan de ProAthletics competitie. Als een 'gemiddelde allrounder' bijvoorbeeld 110 scoort op de 5 km, dan scoort deze persoon ook op 15 km in de buurt van de 110. Doch op de kortere afstanden (< 3,6 km) scoren recreanten van Nijmegen Atletiek relatief 'sterk' vergeleken met hun eigen 'lange(re)' afstand prestaties, of met andere woorden: prestaties op de kortere afstand krijgen relatief lage scores. Uit een analyse van de wereldrecordtijden versus de afstand blijkt ook dat de kortere afstand relatief laag scoort met de huidige formule. Onze recreanten van Nijmegen Atletiek scoren relatief hoog op de afstanden groter dan 21,1 km. Door uitgebreide analyse van alle tijden verzameld in ProAthletics in de laatste jaren, hebben we nu een aangepaste formule waarmee de gemiddelde allrounder met ons trainingsniveau gelijkelijk scoort van 400 m tot oneindig, mits voldoende getraind voor de desbetreffende afstand.

Voor de geïnteresseerden 3 correcties van de formule in de categorieën,
(a) 0,4 km tot 1,5 km, (b) 1,5 km tot 3,6 km, en (c) 21,1 tot 42,2 km: (a) correctie score +15% bij 400 m, lineair dalend tot +5% bij 800 m (b) correctie score +5% bij 800 m, lineair dalend tot 2,5% bij 1500 m, en verder tot 3600 m lineair dalend tot 0% correctie; (c) correctie score -5% bij 42,2 km, lineair stijgend tot 0% bij 21,1 km.

Een leuk aspect van de competitie is dat je met de scores die je door de jaren heen verzameld kunt zien of je 'in' of 'uit' vorm bent. Het kan dus best zijn dat een op het oog minder goeie prestatie gelopen als 50 jarige, toch veel beter ingeschaald wordt dan je snelste tijd toen je bijvoorbeeld 35 was, maar nog niet zolang serieus trainde. Onthoud dat een lagere score (d.w.z. getal dat uit de bovenstaande formules rolt) betekent dat dit moet worden aangemerkt als een betere prestatie. Verder kun je met de scores, verzameld op verschillende afstanden, ook zien of je juist een goeie korte(re) afstandloper bent of juist een betere lange(re) afstandloper bent. Tot zover de uitleg van de puntentelling in de ProAthletics competitie. Vond je het bovenstaande nogal ingewikkeld? Onthoud dan alleen maar dat de waarde van prestaties vergeleken worden na het corrigeren voor de sekse en de leeftijd. Ben je jonger, dan zul je harder moeten lopen om een topprestatie te leveren. En mannen zullen harder moeten lopen dan vrouwen van dezelfde leeftijd om dezelfde score te krijgen.